Holebi-jongeren lijden onder heteronorm

Terwijl er veel (academische) aandacht is voor discriminatie van en geweld tegen holebi’s, zijn er weinig gegevens over holebi’s acceptatie van homo- en biseksualiteit ervaren. Daar is nu wel onderzoek naar gevoerd.

Daarover gaat het doctoraatsonderzoek van dr. Jantine van Lisdonk, onderzoeker bij kenniscentrum Rutgers. Zij promoveerde aan de VU Amsterdam met het proefschrift ‘Uncomfortable encounters: Dutch same-sex oriented young people’s experiences and the relation with gender nonconformity in a heteronormative, tolerant society‘. Korte titels zijn voor romans, niet voor onderzoeken.

In haar proefschrift beschrijft Van Lisdonk dat lesbische, homo- en biseksuele jongeren zich vaak wel geaccepteerd voelen, maar dat ze toch met situaties te maken krijgen waarin hun seksuele voorkeur er opeens toe doet, terwijl dat onnodig zou moeten zijn.

Deze ‘ongemakkelijke ontmoetingen’ hebben op allerlei manieren impact op de levens van homo- en biseksuele jongeren.

Eerst weten

Van Lisdonk: “Veel jongeren hadden het gevoel dat ze eerst zeker moesten weten of ze op jongens of meisjes vallen, voordat ze het konden vertellen aan iemand. Of ze kozen ervoor om er alleen open over te zijn tegen bepaalde mensen. Soms pasten ze hun gedrag aan afhankelijk van de situatie en vestigden dan bewust geen aandacht op hun homo- of bi-zijn. ‘Normaal’ zijn is voor jongeren belangrijk, maar dat was voor deze jongeren niet vanzelfsprekend en kostte soms moeite. Het lukte ook niet altijd. Ze konden het gevoel hebben dat ze er net niet bij hoorden of niet konden meepraten met heterovrienden, bijvoorbeeld als het ging over daten of over seks.”

Biseksuelen

Biseksuele jongeren hebben nog meer moeite om open te zijn over hun seksuele voorkeur; biseksualiteit wordt niet altijd als een serieuze of echte seksuele oriëntatie gezien, ook niet door homo- en lesbische jongeren. Toch zijn er ongeveer net zoveel biseksuele als homoseksuele en/of lesbische jongeren. Ze zijn alleen veel minder zichtbaar en er is weinig aandacht voor in de voorlichting.

Apart?

In seksuele vorming is tegenwoordig vaak wel aandacht voor de acceptatie van homoseksualiteit. “Natuurlijk is het goed om mythes en vooroordelen de wereld uit de helpen en om empathie op te wekken bij heteroseksuele leerlingen”, zegt Van Lisdonk. “Maar als het een apart thema is in seksuele vorming dan blijft de boodschap dat homoseksualiteit iets anders is, en dat we dat normaal moeten gaan vinden. In de woorden van juf Ank van de Luizenmoeder: ‘Dat vinden wij niet raar, dat vinden wij bijzonder.’ Dat voelen jongeren feilloos aan, zeker als heteroseksualiteit onder jongeren sterk de norm is.”

Daarom is het volgens Van Lisdonk essentieel dat diversiteit de norm wordt in seksuele vorming. “Dit kan door overal diversiteit te laten zien in voorbeelden en plaatjes en dus inclusief te zijn.”

Voorlichting op school

Uit recent onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland bleek dat homo- en biseksuele jongeren de seksuele vorming op hun school een lager cijfer gaven dan heteroseksuele jongeren (‘Seks onder je 25e 2017’).

Van Lisdonk: “Als deze jongeren steeds merken dat het eigenlijk niet over hen gaat, dan is het niet raar dat ze afhaken bij de voorlichting. Er zou in de seksuele vorming meer aandacht moeten zijn voor de behoeftes of problemen die voor homo- en biseksuele jongeren spelen.”

Marianne Cense, programmamanager seksuele vorming van Rutgers neemt het signaal van collega Van Lisdonk heel serieus: “We willen seksuele vorming maken waarin elke leerling zich kan herkennen, die relevant is voor elke jongere. We gaan in 2018 samen met leerlingen onderzoeken wat er nodig is om seksuele vorming beter aan te laten sluiten bij homoseksuele, biseksuele en genderdiverse jongeren. Dat kan gaan over de inhoud van de lessen, maar we gaan ook kijken naar de manier waarop les gegeven wordt en de veiligheid in de klas.”

Wat is normaal?

Belangrijkste conclusie en tevens aanbeveling in het proefschrift is om de maatschappelijke norm van heteroseksualiteit en ‘normaal zijn’ te verleggen naar diversiteit in al haar variatie, waaronder ook genderexpressie en relatievorming.

“Er moet meer bewustwording komen dat de norm van heteroseksualiteit nog steeds erg aanwezig en dat dit tot oncomfortabele situaties en ontmoetingen kan leiden voor niet-heteroseksuele mensen. Subtiele intolerantie komt nog steeds op veel manieren voor. Maar juist doordat we het beeld van onszelf hebben dat we zo tolerant zijn in Nederland, blijkt intolerantie lastig bespreekbaar.”

 

Beeld: Rutgers
Bron: Rutgers

%d bloggers liken dit: