Internationaal balletdanser Andres De Blust-Mommaerts verlangt terug naar België

Andres De Blust-Mommaerts (31) reist heel de wereld rond als professioneel balletdanser. Hij komt uit Colombia, groeide op in België en danst momenteel voor dansgezelschap METDance in de Verenigde Staten. Het einde van zijn carrière als profdanser komt stilaan in zicht. Hij wil zich graag samen met zijn echtgenoot in Brussel vestigen. Zijn ambities na het ballet steekt hij niet onder stoelen of banken in een exclusief interview met Be Out.

Je hebt ballet in Antwerpen gestudeerd?
Andres: “Klopt, in de Koninklijke Balletschool Antwerpen. Die school was ook verbonden aan het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, wat inmiddels Ballet Vlaanderen heet. Ieder jaar nam het Koninklijk Ballet van Vlaanderen toch twee à drie mensen aan in de compagnie, als stagiair of contractueel. Zo is Wim Vanlessen aangenomen. De Koninklijke Balletschool Antwerpen is een artistieke school. Het doel is dat je op het einde van het zesde jaar middelbaar meteen een job vindt, in of buiten Antwerpen.”

Competitiviteit

Hoe ervoer je de Antwerpse balletopleiding?
Andres: “Die opleiding was fantastisch, als ik erop terugkijk. Het was een intense en ernstige opleiding. Toch heb ik er ook veel lol gehad. Ik heb als jonge kerel veel aan de kant geschoven voor die opleiding. Ik wist ook dat naarmate die opleiding vorderde dat dans echt iets voor mij was. In het begin deed ik die opleiding wel, maar ik was nog erg zoekende. Als kleine jongen wist ik al wel dat ik op een podium wou staan.”

Hoe was de sfeer op school?
Andres: “De opleiding legde veel nadruk op competitiviteit. Het werd erin geramd: je moet punten halen en de beste zijn. Ik zat in een klas met veel concurrentie. We begonnen met vijftien leerlingen en eindigden met negen of tien. Er waren wel mensen die er terloops bijkwamen en afvielen. Van die groep zijn er nog steeds een zevental professioneel aan het dansen. We hadden een grote jongensgroep in mijn jaar. Overigens was er ook bij de meisjes in dat jaar veel concurrentie. Ik ben in de zomer van 2006 afgestudeerd.”

Maurice Béjart

Waar kwam je terecht na afgestudeerd te zijn?
Andres: “Ik deed audities en kwam terecht bij Rudra Béjart in Zwitserland. Ze selecteerden leerlingen waarin zij potentieel zagen. Daarmee toerden ze door heel Europa. Op dat moment was Maurice Béjart nog zelf de choreograaf van het gezelschap, het Ballet van de XXste Eeuw. Hij was de directeur van zowel de school als de compagnie. Ik heb hem nog anderhalf jaar gekend voor hij stierf. In die korte tijd heb ik nauw met hem mogen samenwerken. Ik herinner nog dat we solo’s moesten voorbereiden in de school. Een choreografie die geselecteerd kon worden voor ‘Tchekhov au bois dormant’, dus gebaseerd op de Schone Slaapster. Ik dacht geen schijn van kans te maken, we zaten daar met eenentwintig mensen. Ik had de solo’s zelfs niet echt voorbereid. Michel Gascard, de huidige directeur van Rudra Béjart, zette mij op de lijst voor de eerste groep, de volgende dag. Ik had niets: geen muziek, geen voorbereidingen. Ik deed dan maar een improvisatie. Na afloop zei Maurice: ‘fais moi une fois encore…’ Ik fluisterde Michel toe dat ik het geïmproviseerd had. Hij maande me aan om toch maar gewoon opnieuw te dansen. Wat ik nog wist van de solo heb ik opnieuw gedaan. Maurice Béjart vond het anders, maar goed. Hij zei: ‘Tu as un talent’. Die woorden waren het begin. Ik heb in een aantal stukken van hem heel mooie rollen mogen dansen. Toen hij stierf, was ik er het hart van in. Maurice Béjart was mijn held, al van toen ik jong was. Ik kende er zoveel stukken van. Ballet for Life en de Boléro had ik gezien. Het waren grote stukken. Ergens klassiek, maar ook heel modern, op een groot theaterpodium. De emoties waren prachtig. In veel klassieke balletten danst men met uitgestreken gezichten, maar bij Maurice Béjart werden de gevoelens ook met het gezicht getoond. Er was zoveel diversiteit in zijn compagnie: qua lichaamslengte en expressie. Zijn overleden deed heel erg pijn. De pers vloog erop.”

Begon je ook na te denken aan een overstap naar een andere compagnie?
Andres: “Ja. Ik had twee jaar bij Rudra Béjart gewerkt. Ik vroeg aan Michel Gascard of ik audities mocht doen voor andere compagnies. Voor hem was dat goed, zolang ik maar terugkwam voor de tournees. Ik moest niet stiekem audities doen. Ik ben toen aangenomen bij de Richard Alston Dance Company in Londen. Die compagnie is gebaseerd op de techniek van Merce Cunningham, de grondlegger van de postmoderne dans: de beweging om de beweging. Bij Béjart was het meer de stijl van Martha Graham, de grondlegger van de moderne dans, waarbij alles vertrekt vanuit de ademhaling met veel oefeningen op de grond. Bij Cunningham dans je meestal rechtopstaand. De Richard Alston Dance Company leek mij een uitdagende compagnie met oog voor diversiteit. Er dansten veel verschillende types dansers voor die compagnie: klein en groot, jong en oud, … Iedereen was daar een individu, geen kopieën van elkaar. Het was een klein gezelschap. Met de contractuelen en stagiaires samen kwamen we aan een twaalftal mensen. Ik heb vier jaar voor dat gezelschap gedanst. Met hen ben ik op tournee gegaan naar de VS. We hebben ook in het Verenigd Koninkrijk en Europa veel steden bezocht. Na vier jaar vond ik de tijd rijp om een nieuwe stap te zetten. Ik wou verandering. Verandering werkt stimulerend voor mij. Ik heb respect voor mensen die heel lang blijven bij een compagnie, maar mij ligt dat niet. Het was tijd voor een andere directeur, andere dansstijlen, andere choreografen… Martin Lawrance van de Richard Alston Dance Company bleef heel trouw aan Cunningham of dansstijlen die daartegenaan leunden.”

Waar kwam je vervolgens terecht?
Andres: “Bij Marguerite Donlon van het Ballett des Saarländischen Staatstheaters in Duitsland. Die Ierse choreografe was op zoek naar versterking voor haar compagnie. Ik vroeg of ik niet een week mocht meedraaien. Ze nam mij aan als guest dancer. Ik heb daar een jaar meegedraaid en mogen dansen in mooie producties: Het Zwanenmeer, Frida Kahlo, … We werkten er ook met gastchoreografen, wat een heel fijne ervaring was. Marguerite Donlon vertrok bij het Ballett des Saarländischen Staatstheaters. Met de komst van de nieuwe directeur zijn veel contracten niet verlengd en zijn er ook veel dansers vertrokken. Vervolgens heb ik audities gedaan en werd ik aangenomen bij Theater Trier. De dansdirecteur daar was Sven Grützmacher. Ik heb er twee jaar gedanst. Ik mocht er Mercutio spelen in Romeo en Julia. Daar in Duitsland doen ze opera, musical en ballet samen. Wanneer je aan het dansen bent, staat er ook een heel orkest te spelen. Dat waren twee enorm fijne jaren. De intendant van Theater Trier, Gerhard Weber, ging met pensioen. Er kwam een nieuwe directeur die nagenoeg heel het gezelschap op straat zette. Dat kwam op zich nog wel goed uit, want ik wou na twee jaar naar een nieuwe uitdaging.”

Zo kwam je in de VS terecht…
Andres: “Ja, meer bepaald in Mystic in de staat Connecticut, een stadje tussen Boston en New York. Ik ging er voor Mystic Ballet dansen. Ik kreeg er een vast contract, maar het was een soort opleidingsschool. Het klopte allemaal niet voor mij. Ik heb er repetities afgenomen en lesgegeven. Maar ik was daar nog te jong voor. Ik wou voortgaan met dansen. Het liep er voor geen meter en ook de manier waarop men er omging met de dansers was niet correct. Ik ben er weggegaan.”

Houston, we have a phenomenon

Je maakte meteen een sprong zuidwaarts, richting Texas.
Andres: “Inderdaad. Ik deed audities voor METDance in Houston. Ik kreeg er meteen een contract. Bij METDance dansen we met een dertiental mensen. Ik begin er aan mijn derde jaar. Je kunt niet meteen een stempel plakken op wat METDance doet: hedendaags, modern, neoklassiek… Het gezelschap werkt uitsluitend met gastchoreografen, dus hangt de stijl sterk af van de choreograaf. Alle stijlen komen praktisch aan bod. Ik ben heel gelukkig in die compagnie en mijn visum is nog een jaar geldig.”

Waar ben je opgegroeid?
Andres: “Ik ben opgegroeid in Antwerpen, in Deurne. Ik ben afkomstig uit Bogota in Colombia. Mijn biologische moeder heeft me afgestaan voor adoptie. Toen ik elf maanden oud was, ben ik naar Antwerpen gekomen. Toen, mijn adoptiemoeder in het moederhuis lag, startten mijn adoptieouders een adoptieprocedure. Ze dachten dat die een tweetal jaren zou duren. Toen mijn broer twee maanden was, kregen ze al een fotootje van mij; ik was vijf maanden oud. Er is maar drie maanden leeftijdsverschil tussen mijn broer en ik. Ik ben in een heel warm nest beland. Voor mij zijn mijn adoptieouders mijn ouders. Toch ben ik nog op zoek naar wie mijn biologische ouders zijn. Het zijn puzzelstukken waarmee ik bezig ben. Ook uit curiositeit. Ik spreek daar heel open over tegen mijn adoptieouders.”

Thuisblijven of springen

Hebben je ouders je artistieke ambities steeds gesteund?
Andres: “Ik ben met mijn ouders steeds naar voorstellingen gegaan in bijvoorbeeld deSingel. Op die manier kwam ik steeds in contact met muziek, theater en dans. Ik heb zware dyslexie en ADHD. Qua hobby’s en studies heb ik echt alles geprobeerd: zwemmen, judo, … Het lag me allemaal niet. Ik heb wel een tijdje aan acrobatisch turnen gedaan. Mijn mama suggereerde om dansen eens een kans te geven. Zo kwam ik terecht in Dansstudio Arabesque in de Thibautstraat in Deurne. Lange tijd was ik er de enige jongen. Ik vond dat heel plezant, zo omringd door meisjes. Op school vertelde ik niet dat ik ballet volgde. Toch was ik heel tevreden met die activiteit en stelde me er verder geen vragen over. Mijn ouders steunden mijn keuze om te dansen.”

Ze zagen hun zoon wel snel naar Zwitserland vertrekken.
Andres: “Toen ik afgestudeerd was, wilde ik eigenlijk niet van thuis weg. Ik zei steeds: ‘Ik blijf tot mijn dertig thuis wonen.’ Toch ben ik vroeg vertrokken. Wanneer je voor een auditie slaagt, ben je wel fier. Opeens heb je een contract in je handen. De woorden van Maurice Béjart waren enorm motiverend. Wanneer iemand als hij tegen je zegt dat je talent hebt, maak je die stap naar het buitenland. Hij gaf mij mooie complimenten over mijn artistieke vaardigheden, fysiek en expressie. Dat geeft vertrouwen om aan een internationale danscarrière te beginnen.”

Je komt nu af en toe naar België. Lonkt het thuisfront?
Andres: “Ik weet dat ik aan mijn laatste jaren als profdanser bezig ben. Ik ga nooit stoppen met dansen. Ik heb nooit grote blessures gehad. (Houdt de houten tafel vast) Er is echter meer dan dans. Ik wil niet dansen tot mijn lichaam compleet op is. Natuurlijk wil ik in de artistieke wereld blijven, maar daar dienen zich ook andere kansen aan. Ik geef graag les en geniet ervan om choreografieën te bedenken. Op dit moment maak ik ook al kostuums en pruiken voor het gezelschap in Houston. Robbie Moore, die als gastdanser ook heeft gewerkt voor Sidi Larbi Cherkaoui voor Ballet Vlaanderen, is afkomstig uit Houston. Hij kwam terug naar METdance voor een eigen voorstelling. Onder andere voor zijn voorstelling maakte ik de kostuums.”

Hoe lang ben je nu in Antwerpen?
Andres: “Slechts een week. Ik kom begin augustus terug. Het is niet gemakkelijk om op het vliegtuig te stappen en naar Houston te gaan. Mijn kern ligt in Antwerpen. Het is fijn om in vertrouwde straten te lopen en opnieuw vrienden van vroeger te zien. Soms mis ik erg het Belgische eten: gerookt paardenvlees en préparé. Dat mag misschien stom klinken, maar zo’n eten vind je gewoon niet in Amerika. In Antwerpen weten ze ook nog hoe je een goed, zachtgekookt eitje moet maken. Aan dat heerlijke eten hangen ook herinneringen vast. Je probeert dat in het buitenland te vinden, maar toch smaakt het er anders. Ik zie mijn familie ook weinig. Zij weten echter goed dat ik alles opzij heb geschoven voor mijn carrière. Wanneer er iemand in de familie komt te overlijden, is dat hard. Ik kan niet altijd even vlug de oceaan oversteken om erbij te kunnen zijn tijdens een uitvaartceremonie. Voor mijn opa heb ik dat wel gedaan. Uiteraard is dat dan prioritair. Dan spreken we over elf uur vliegen, heen en terug. Soms gebeurt het echter dat je aan het optreden zit terwijl er iets gebeurt in België. Tijdens een optreden in Londen stierf mijn hond Laika. Na dat optreden was in de wolken. Ik wist niet van dat overlijden en je bent vol energie van het dansen. Mijn moeder vertelde dat Laika was overleden. Opeens val je van die wolk en wil je niets liever dan meteen naar huis gaan. Ik kan ook niet altijd iets doen wanneer zo’n situaties voorvallen. Ik zit vaak aan de andere kant van Atlantische Oceaan.”

Ambities na het dansen

Voel je je soms onthecht?
Andres: “Dat valt goed mee. Dankzij de technologie houd je wel contact. Vooral toen ik jonger was, was ik elke avond online op Skype om met mijn mama te babbelen. Skype heeft de heimwee getemperd. Je kon mensen blijven zien en foto’s doorsturen van waar ik mee bezig was. Facebook en Whatsapp maken het gemakkelijker om zo ver van familie te wonen. Ik post op Facebook wat ik doe en mijn familie volgt mijn doen en laten daar. Er is wel een tijdsverschil van zes uur. Toch chat ik regelmatig, zelfs met neven en achterneven.”

Wat ga je doen als je carrière als professioneel balletdanser voorbij is?
Andres: “Ik zal terug naar Europa keren. Ik steek mijn dromen niet onder stoelen of banken. Het is altijd mijn droom geweest om artistiek directeur te worden van een professionele balletschool. Er zijn zaken die om verandering vragen. Ik heb veel geleerd van mijn leerkrachten en ik ben ambitieus. Enkele van mijn oud-leerkrachten kennen mijn ambities en gaan daar niet van schrikken. Heel mijn ervaring als professioneel balletdanser, van meer dan tien jaar nu, wil ik doorgeven aan jonge kinderen. Ik zal werken aan die droom. Je moet jezelf ook bewijzen om zulke functie te mogen bekleden. Beseffen we wel altijd ten volle dat Antwerpen een belangrijke functie bekleedt op artistiek vlak? Zowel op vlak van dans, mode als beeldende kunst. Mensen wereldwijd kennen Antwerpen van onze cultuur. En ja, ook van onze culinaire finesses.”

Zelfs in Houston, Texas?
Anders: “Ja, hoor! Mijn artistiek directrice, Marlana Doyle, heeft gewoond in Antwerpen. Haar vader werkte hier. Ik deed auditie in Houston. Je bent daar met vierhonderd kandidaten voor één job. De directrice kwam naar mij gelopen en zei: ‘You are from Antwerp!’ Ik vroeg haar of ze mijn cv had gelezen. Nee! Ze vertelde mij dat ze in Antwerpen had gewoond. En zij heeft een enorm visueel geheugen. Ze wist meteen dat ik heel ver van huis auditie kwam doen en met welke motivatie ik daar stond. Doyle was zelf danseres bij METDance en heeft de compagnie overgenomen. De compagnie gaat al tweeëntwintig seizoenen mee en zij maakt er al zestien seizoenen deel van uit. Zo ver reikt de invloed van Antwerpen.”

Echtgenoot

Staat je danscarrière een relatie in de weg?
Andres: “Ik heb een relatie met een man in Duitsland. We leerden elkaar via internet kennen en zijn al zeven jaar samen. Onze relatie begon toen ik in Londen danste. Hij kreeg toen een job in Straatsburg aangeboden. Ik vond dat voor hem een opportuniteit en moedigde hem aan die job aan te nemen. We zouden wel zien hoe dat werkte voor de relatie. Sindsdien zijn we samen en gelukkig. Ik ga er ook niet over liegen: die afstand is niet altijd gemakkelijk. Mijn man weet echter dat dansen mijn droom is. Dit is een korte carrière. We zijn vier jaar geleden getrouwd in Antwerpen. Noem het gerust een langeafstandsrelatie. Hij probeert iedere maand één à twee keer naar Houston te komen met het vliegtuig. Mijn man is half Duitser, half Peruviaan. Ik ben half Belg, half Colombiaan. Hij komt totaal niet uit de artistieke wereld, maar steunt mijn dansambities wel. Hij wil niet in de kijker staan, ik sta constant op het podium. Op een soort vreemde manier werkt die relatie. Ik wil graag nog één seizoen dansen en hoop dan naar Brussel te verhuizen. Op dat moment kunnen we samen gaan wonen en een gezin stichten.”

 

Foto’s: Dennis De Roover

%d bloggers liken dit: