Rapport: hoe is het gesteld met transgenders in België?

Op 4 december 2018 organiseerde het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen de studiedag ‘10 jaar transgenderbeleid in België‘. 

Prof. dr. Joz Motmans van het UZ Gent stelde er de resultaten voor van het nieuwe onderzoeksrapport: ‘Leven als transgender persoon in België, tien jaar later, over de ervaringen van transgender personen en de discriminaties waarmee ze geconfronteerd worden (2017-2018)‘.

Het rapport is de weerslag van het tweede grote onderzoek over de sociale en juridische situatie van transgender personen, uitgevoerd in opdracht van het Instituut.

Meerderheid holebi

Transgenderisme is een genderidentiteit en geen seksuele oriëntatie. Trans* personen kunnen dus zowel holebi als hetero zijn. Een meerderheid blijkt weliswaar holebi te zijn. 

24% van de transmannen valt op mannen en 40% van de transvrouwen valt op vrouwen. Van de groep van non-binaire personen valt 37% op zowel mannen als vrouwen.

Jong

De gemiddelde leeftijd waarop mensen er zich van bewust werden dat hun toegewezen geboortegeslacht niet overeenkwam met hun beleefde genderidentiteit in deze steekproef is 12,7 jaar, de jongste gerapporteerde leeftijd is één jaar en de oudste 62 jaar. 

Deze leeftijd van bewustwording verschuift nauwelijks over de generaties heen. Wanneer men dit apart bekeek, zag men dat transmannen gemiddeld genomen zich op jongere leeftijd bewust werden van hun genderidentiteit en travesties eerder later. 

Coming-out

De gemiddelde leeftijd waarop mensen iemand voor het eerst vertelden over hun trans-zijn, is 24 jaar. De jongste was 3 jaar de oudste 61 jaar. 

Dit maakt dat er gemiddeld genomen een verschil van twaalf jaar zat tussen de eerste bewustwording van de genderidentiteit en de eerste keer dat men ermee naar buiten kwam. Er waren in de groep respondenten ook twintig mensen die nog aan niemand iets verteld hadden. 

Wel of niet ingrijpen?

Ongeacht of de respondenten wel of niet psychomedische hulp hebben opgezocht, werd er gepeild naar hun eventuele wens om het lichaam met medische hulp te laten veranderen om het beter te doen aansluiten bij hun genderidentiteit. 

Hierbij werd rekening gehouden met het reeds ondernomen hebben van dergelijke stappen in het verleden. 

De overgrote meerderheid van de respondenten (85%) geeft aan beslist te hebben het lichaam wel of eerder wel veranderd te hebben of te willen veranderen om het beter te doen aansluiten bij de genderidentiteit. Slechts 7,7% zegt beslist niet of eerder niet. 

‘Voornaamelijk’ 

“Wanneer we enkel de respondenten die openlijk leven volgens hun genderidentiteit vergelijken voor wat hun ervaring op school betreft, zien we enkele significante verschillen tussen de identiteitscategorieën”, aldus het rapport. 

Uit de analyse blijkt dat 67,2% van de transmannen, 29,6% van de transvrouwen en 61,1% van de gender-non-binaire personen soms tot altijd met de verkeerde voornaam worden aangesproken op school. Het zijn ook transmannen (67,2%) die vaker dan gender non-binaire personen (41,2%) of transvrouwen (3,3%) aangeven dat zij soms tot altijd ongepaste nieuwsgierigheid ervaren op school. 

Op het werk

“Wanneer we enkel de respondenten die openlijk leven volgens hun genderidentiteit vergelijken voor wat hun ervaringen op het werk/de arbeidsmarkt betreft, zien we enkel een significant verschil tussen transvrouwen en transmannen voor het item ‘Geen kans bij het solliciteren’ waarbij transvrouwen significant vaker (20,2%) aangeven deze ervaring te hebben in vergelijking met transmannen (2,7%).” 

Zelfmoord(pogingen)

Hoewel de algemene zelf-gerapporteerde gezondheidstoestand een gemiddeld positief beeld schetst, zijn de cijfers wat betreft zelfmoordgedachten en -pogingen minder rooskleurig. 

77,1% van de respondenten heeft ooit ernstig gedacht aan zelfmoord, waarvan meer dan de helft (58,5%) in het afgelopen jaar. 33,5% van de respondenten heeft ooit een zelfmoordpoging ondernomen, waarvan één op de vijf (20,8%) in het afgelopen jaar. 

Ten opzichte van de hele groep respondenten betekent dat dat 45,1% het laatste jaar aan zelfmoord heeft gedacht en 6,9% een poging heeft ondernomen.

Zorg

75,3% van alle respondenten zocht hulp bij een professionele hulpverlener. Dit is een stijging ten opzichte van de bevraging tien jaar geleden (60,6% in 2007). 

Dat kan erop wijzen dat de toegang tot de hulpverlening verbeterd is. Er zijn ook minder respondenten die niet weten waar ze terecht kunnen, en minder respondenten geven aan dat ze geen hulp durven zoeken. 

De redenen waarom respondenten geen hulp zochten, blijven in grote lijnen gelijklopend, al geven in verhouding meer respondenten aan dat ze geen hulp vinden in hun buurt en dat de lange wachtlijsten hen tegenhouden in vergelijking met tien jaar geleden. 

Sekswerk

Internationaal onderzoek geeft een verhoogde deelname van transgendervrouwen in sekswerk aan. 

Uit de analyse blijkt dat 7,1% van alle respondenten ooit aan sekswerk deed en van deze 32 respondenten deden er dertien het afgelopen jaar aan sekswerk (40,6%). 

De gegevens over sekswerk zijn niet gecorreleerd met opleidingsniveau, maar verschillen wel naar identiteitscategorie. Een vrij groot percentage uit de groep met een toegewezen mannelijk geboortegeslacht (9,3%) deed ooit sekswerk, in vergelijking met de groep met een vrouwelijk toegewezen geboortegeslacht (3,8%). 

De data verschillen verder naar regio waarbij 15,9% van de respondenten uit Wallonië afkomstig, ooit sekswerk deed, 7,7% uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en 5,4% uit Vlaanderen

Dit kan deels verklaard worden door de respondentenwerving, waarbij een Franstalige organisatie die contacten onderhoudt met transgendersekswerkers zeer actief was op het vlak van respondentenwerving. In het rapport is ook vermeld waarom men aan sekswerk deed. 

De topantwoorden: 35,3% doet het voor een extra inkomen, 17,6% omdat er geen alternatieven zijn. 13,7% ervaart acceptatie in het sekswerk. 

Aanbevelingen

Het rapport formuleert ook aanbevelingen: 

  • Een van de opvallendste resultaten is dat jongeren steeds vroeger hun coming-out doen, maar daardoor ook jonger (en kwetsbaarder) geconfronteerd worden met negatieve reacties daarop. Er is daarom meer aandacht nodig voor transjongeren en hun omgeving, ouders, school…;
  • Ruim één vierde van de ondervraagden voelt zich niet thuis in het hokje (trans)man of (trans)vrouw. Zij kunnen ondanks de nieuwe Transgenderwet van 2017 hun genderidentiteit niet laten registeren omdat er geen derde optie wordt voorzien;
  • Transgenders zijn zichtbaarder dan tien jaar geleden, maar er is nog een erg belangrijke weg af te leggen op het vlak van sensibilisering van de ruimere samenleving, onbegrip is nog wijdverbreid, en er is een duidelijke nood aan positieve beeldvorming;
  • Steun van de familie is erg belangrijk en maakt een groot verschil in het welzijn van transgender personen. Omdat niet iedereen die steun heeft kan een campagne om familieleden te bereiken nuttig zijn; 
  • De terugbetaling van transzorg moet transparanter en beter georganiseerd worden;
  • Veel transpersonen veranderen noodgedwongen van werk omwille van negatieve reacties, wat aangeeft dat er op de werkvloer nog sensibiliserings- en informatiecampagnes nodig zijn;
  • De gezondheidszorg betreffende transgenders is nog steeds een knelpunt. Vooral transmannen en gender non-binaire personen blijken in de zorg vaak te botsen op een gebrek aan informatie en ondersteuning. Daarom moet er in opleidingen van zorgverleners meer aandacht komen voor transgenders.

Beeld: Wikipedia, Timothy Junes
Bron: Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, Holebi.info 

%d bloggers liken dit: