Vlaams onderzoek: holebi’s en transgenders zijn te ‘normaal’ op televisie

“LGBT+-personages worden op televisie ‘zoals iedereen’ voorgesteld, waardoor een paradoxale homogenisering optreedt. In deze logica kunnen lesbische personages niet butch zijn, bestaan flamboyante homo’s niet en ondergaat iedereen die zich als transgender identificeert netjes een chirurgische transitie om daarna simpelweg ‘man’ of ‘vrouw’ te zijn”, stelt communicatiewetenschapper dr. Florian Vanlee van de Universiteit Gent vast. 

“Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn om de stereotypen van weleer terug te brengen, maar bij Vlaamse series is wel het opvallend om te zien hoe elk personage haast een tegengesteld cliché is.”

Representatie

Dr. Florian Vanlee nam net als prof. dr. Jonas Roelens deel aan de Vlaamse PhD Cup. Deze wedstrijd wil doctoraatsonderzoeken bekendmaken bij het grote publiek. 

Vanlee onderzocht de representatie van LGBT+ in Vlaamse fictie op televisie. Hij stelt vast dat fictiemakers voorzichtig omgaan met LGBT+ in hun reeksen. Zo ontstaat een soort tegengesteld cliché. 

Niet-Amerikaans

“Mijn doctoraatsonderzoek gaat in op de beeldvorming rond seksuele en genderdiversiteit in Vlaamse fictieseries, waarbij mijn onderzoek zich heeft toegelegd op de theoretische en methodologische implicaties die het voeren van queer televisieonderzoek in een niet-Amerikaanse context met zich meebrengt” vertelt Vanlee.  

“Hierdoor biedt het enerzijds een uitgebreid empirisch overzicht van holebi- en transpersonages in Vlaamse fictieseries en formuleert het anderzijds een kritische deconstructie van de vanzelfsprekendheden in het onderzoeksveld – dat al te zeer uitgaat van de universaliteit van de Amerikaanse situatie.” 

“Zo voorziet het doctoraatsonderzoek niet enkel gedegen kennis over specifiek Vlaamse dynamieken in de representatie van seksuele en genderdiversiteit, maar levert het ook modaliteiten aan om nuance te brengen in het publieke debat over populaire representaties en identiteit.”

“Debatten over diversiteit en identiteit in populaire cultuur worden vaak op een ad-hoc basis gevoerd, en laten weinig ruimte voor bredere inzichten. Het doctoraatsonderzoek draagt hierin bij aan nuance en overzicht, wat zowel de televisiesector als de bredere samenleving ten goede komt”, zegt Vanlee.

LGBT+ in Vlaamse series

Het is vooralsnog niet zo dat écht iedereen zich herkent in televisieseries, maar hun toenemende aandacht voor diversiteit is onmiskenbaar. Boden ze vroeger vaak homogene representaties, zijn voorbeelden zonder personage dat buiten één of andere sociale of culturele norm valt vandaag zeldzaam. 

Verschil in beeld brengen

Zo’n personages en verhalen fungeren daarbij ook vaak als katalysator voor identiteitspolitiek in het publieke debat. Discussies over hoe verschil in beeld gebracht kan en mag worden – bijvoorbeeld over of het wel aanvaardbaar is om cisgender acteurs in transrollen te casten, zoals gebeurde met Leen Dendievel voor de rol van de transseksuele Kaat in ‘Thuis‘ – laten toe om erg specifieke verzuchtingen op een laagdrempelige manier op mainstream cultuur te enten. 

Populaire representaties van socio-cultureel verschil krijgen dan ook prominente aandacht in academische disciplines die zich over identiteit in al haar vormen buigen. 

“Binnen deze tendens past ook mijn promotieonderzoek naar de manier waarop seksuele en genderdiversiteit gerepresenteerd worden in Vlaamse televisiefictie. 

Daarvoor steunt het enerzijds op queer theory, dat geslacht en seksualiteit als sociale constructies benadert. Anderzijds bouwt het voort op cultural studies, dat kijkt naar culturele betekenisgevingsprocessen, en hoe deze bepaalde groepen legitimeren of marginaliseren”, aldus Vanlee.

Uit deze combinatie volgt dat het onderzoek niet enkel wil aanklagen wat fout loopt in hedendaagse televisieseries, maar ook actief wil reflecteren over wat goed is, en hoe het beter kan. 

Niet neutraal

“Ik behandel Vlaamse LGBT+-personages en verhalen dan ook niet als ‘neutrale’ reflecties van seksuele en genderverschillen, maar als betekenisvolle articulaties die gevestigde conventies rond gender en seksualiteit kunnen (re)produceren of subverteren.”

“Hoewel beide onderzoekstradities kwalitatieve, interpretatieve onderzoeksmethoden benadrukken – vaak in de vorm van tekstuele analyses – vertrekt mijn onderzoek vanuit een kwantitatieve, descriptieve analyse. Het lokaliseren en in kaart brengen van alle Vlaamse LGBT+ personages uit fictieseries tussen 2001 en 2016 biedt een uitgebreid overzicht van de recente stand van zaken en longitudinale ontwikkelingen.”

Deze data zijn erg beschrijvend, maar laten toe om een erg algemeen beeld te schetsen van de Vlaamse telefictieve aanwezigheid van seksuele en genderdiversiteit. 

Vaststellingen

Zo heeft ongeveer een kwart van alle series een prominent personage dat binnen de LGBT+-paraplu valt, en zijn de verschillen daarin tussen de publieke omroep VRT en commerciële spelers erg klein. 

Opvallend is wel dat lowbrow series zoals soaps en telenovela’s gevoelig meer aandacht voor seksuele en genderdiversiteit hebben dan ‘kwaliteitsseries’ – die vaak erg wit, cisgender en heteroseksueel zijn. 

Hiërarchie en complexiteit

Voorts tekent zich een duidelijke hiërarchie af, waarbij homopersonages ongeveer de helft van het totaal uitmaken en lesbische personages voor ruwweg een kwart staan. 

‘Complexere’ identiteiten vallen allemaal in het overige kwart, wat betekent dat biseksuele, transgender of niet-binaire rollen relatief weinig voorkomen. 

Personages die de hetero/homo en/of man/vrouw-dichotomie niet al te bruusk doorbreken lijken dan ook een stuk vanzelfsprekender op het Vlaamse kleine scherm. 

Daaraan verbonden is het ook belangrijk om op te merken dat LGBT+-personages met een andere etnisch-culturele achtergrond amper bestaan, en dat ze nooit fysieke of mentale beperkingen hebben. 

“Dit is natuurlijk geen oproep voor een soort checkboxmoraal, waarbij rollen beoordeeld worden op basis van hun ‘nettoverschil’ tegenover de maatschappelijke norm, maar het is desalniettemin belangrijk om zulke vanzelfsprekendheden aan te kaarten”, pleit Vanlee.

Individuele analyses

Anderzijds leren analyses van individuele personages – zoals Kaat in ‘Thuis’, of de homoseksuele Steve in kindersitcom ‘W817‘ – dat LGBT+-personages zelden tot hun ‘anders-zijn’ gereduceerd worden. 

Homo- of biseksualiteit, onzekerheden of twijfels over verlangen en recent ook gendertransities worden voorgesteld op een manier die zowel aandacht heeft voor hun specificiteit als voor de alledaagse context waarin ze zich situeren. 

Respect?

Op vlak van seksuele en genderdiversiteit zijn Vlaamse fictieseries dan ook niet zozeer onderdeel van een normatief discours dat verschil wil reguleren, maar pogen diversiteit met een zeker respect te behandelen. 

Dit wil echter niet noodzakelijk zeggen dat deze respectvolle benadering geen problemen kent. 

“LGBT+ personages worden ‘zoals iedereen’ voorgesteld, waardoor een paradoxale homogenisering optreedt. In deze logica kunnen lesbische personages niet butch zijn, bestaan flamboyante homo’s niet en ondergaat iedereen die zich als transgender identificeert netjes een chirurgische transitie om daarna simpelweg ‘man’ of ‘vrouw’ te zijn. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn om de stereotypen van weleer terug te brengen, maar bij Vlaamse series is wel het opvallend om te zien hoe elk personage haast een tegengesteld cliché is”, stelt Vanlee vast.

Heteronormatief?

Het zou al te makkelijk zijn hier heteronormativiteit aan het werk te zien, en stellen dat enkel die LGBT+ mensen die de cisgender heteroseksuele norm benaderen waardig’ genoeg zijn voor televisieseries. 

Het mag misschien contra-intuïtief klinken, maar de diva’s, potten of genderbenders ontbreken niet uit Vlaamse televisiefictie omdat televisiemakers hun bestaan willen ontkennen, maar net omdat ze tegemoet willen komen aan de wensen en verzuchtingen van de LGBT+-gemeenschap. 

Bij interviews wezen respondenten consequent op het vermijden van stereotypes als de centrale overweging bij het verbeelden van seksuele en genderdiversiteit. 

Diversiteit in het gedrang

“Bepaalde formele of narratieve kenmerken zijn daarom een absolute faux pas geworden in het opbouwen van LGBT+-personages – gaande van androgynie of non-monogamie tot modebewustzijn of gegenderde beroepskeuzes – waardoor de diversiteit van de LGBT+ gemeenschap in het gedrang komt”, zegt Vanlee.

“De intentie hierbij is natuurlijk goed, maar de resultaten laten te wensen over omdat stereotypering al te beperkt ingevuld wordt. Er is niets mis met een stoere lesbienne die als werfleidster werkt en haar kapsel liever kort draagt, zolang ze maar niet tot deze kenmerken herleid wordt, en een autonoom, gelaagd personage is.”

“Dat deze nuance zelden erkenning krijgt is echter moeilijk te onthechten van het hedendaagse publieke debat, waarin ‘aanvaardbare’ en ‘onaanvaardbare’ manieren om bepaalde mensen in beeld te brengen steeds scherper gesteld worden.”

“Het komt er dan ook op aan om meer nuance te brengen in de discussie over hoe sociocultureel verschil in beeld gebracht wordt, en de welwillendheid van de televisiesector te beantwoorden met concrete aanbevelingen.”

“Zo moet er duidelijk meer aandacht komen voor de diversiteit van de LGBT+-gemeenschap, die nogal te vaak lijkt te bestaan uit blanke, able-bodied middenklassers.” 

“Het is echter even cruciaal om te erkennen dat fictieve personages zelden een compleet beeld kunnen bieden van de ervaringen die ze symboliseren. Daarom moeten we niet enkel aangeven wat onaanvaardbaar is, maar ook actief reflecteren over de manier waarop televisieseries de samenleving een houvast kunnen bieden om met socio-cultureel verschil om te gaan”, besluit Vanlee.

Vanlee nam deel aan de Vlaamse PhD Cup. Meer over dit initiatief

Beeld: OpenClipart-Vectors, Pixabay

%d bloggers liken dit: