Çavaria: aangiftebereidheid van slachtoffers van holebi- en transfoob geweld is te laag

Het is moeilijk om te zeggen hoe frequent holebifoob en transfoob geweld voorkomt. Veel gevallen worden namelijk niet gerapporteerd. Dat komt omdat slachtoffers niet altijd bereid zijn om aangifte te doen bij de politie. Çavaria onderzoekt waarom.

Die lage aangiftebereidheid is niet uniek is voor LBGT+-personen, maar er zijn wel specifieke redenen waarom holebi’s en transgender personen minder snel naar de politie stappen.  

Wat zeggen onderzoeken?

Slachtofferbevragingen brengen onderrapportering aan het licht. De belangrijkste bevragingen van de laatste jaren werden uitgevoerd door het Steunpunt Gelijkekansenbeleid en het Fundamental Rights Agency (FRA) van de Europese Unie.

De meeste onderzoeken die in de EU zijn uitgevoerd, tonen aan dat haatmisdrijven door de slachtoffers niet worden gemeld of dat ze verkeerd gekwalificeerd zijn (ondergerapporteerd) in de strafprocedure.

Fundamental Rights Agency LGBT online onderzoek 2013

Het FRA-LGBT online onderzoek van 2013 toont een groot onderrapporteringcijfer aan; maar 22% van de incidenten die de respondenten in de vijf jaar voorafgaand aan de enquête hebben ervaren, zijn gemeld. De meest voorkomende reden om de zaak niet te melden aan de politie, was dat slachtoffers dachten dat de autoriteiten er toch niets aan zouden doen. Een derde van de respondenten gaf aan dat ze dachten zelfs al zou de politie willen helpen, ze toch niets zouden kunnen doen.

Ook kan het type van de misdaad de reden zijn voor onderrapportage. Een derde van de deelnemers van de FRA-onderzoek gaf aan dat ze dachten dat hetgeen ze meemaakten niet ernstig genoeg was, of dat het zelfs niet in hen opkwam om melding te doen. 

De derde meest voorkomende reden voor het niet melden was de angst voor een transfobe of holebifobe reactie van de politie.

Steunpunt Gelijkekansenbeleid

Uit de rapporten van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid bleek dat van de Vlaamse holebirespondenten slechts een op de tien contact opnam met de politie, vooral omdat het incident als ernstig genoeg werd ervaren en omdat ze de dader wilden straffen. 

Een op de zeven contacteerde daarentegen nooit iemand. Gewoonlijk worden incidenten van een meer fysieke of materiële aard gemakkelijker aan de autoriteiten gerapporteerd. De reden om te melden is daarbij meestal van medische of financiële aard.

Van de Vlaamse transgender personen rapporteerde slechts ongeveer 6% van de slachtoffers van verbaal of psychologisch transfoob geweld het incident. Bij fysiek en materieel geweld stijgt dat aandeel tot ongeveer 20%. Redenen om niet te rapporteren zijn onder meer het idee dat het incident niet ernstig genoeg is en een gebrek aan vertrouwen dat de autoriteiten het incident zullen onderzoeken en vervolgen.

Angst om uit de kast te komen?

Angst om tegenover de politie uit de kast te komen, is een minder voorkomende (maar bestaande) reden. In de FRA-enquête is angst voor de reactie van de politie een minder voorkomende reden waarom slachtoffers niet zouden melden, zowel voor wat betreft het laatste incident van intimidatie als de meest ernstige aanval of dreiging met geweld.

Volgens het Vlaams onderzoek van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid wilde 10% van de slachtoffers van holebifoob geweld hun seksuele oriëntatie niet onthullen en wilde 7,5% tot 18,4% (afhankelijk van het type geweld) van de slachtoffers van transfoob geweld hun genderidentiteit niet onthullen. 

De helft van de slachtoffers van homofoob geweld zou de voorkeur hebben gegeven aan een politieagent die meer vertrouwd was met het onderwerp. Tussen 4% en 15% van de slachtoffers van transfoob geweld hebben eerder negatieve ervaringen met de politie gehad.

Op cavaria.be gaat de organisatie dieper in op deze onderrapportering

Beeld: çavaria
Bron: çavaria

%d bloggers liken dit: