VIDEO | Mag een leerkracht in het Vlaams onderwijs openlijk homo zijn?

In de minidocumentaire ‘Homo Universalis: leerkracht en homo, wat nu?!‘ onderzoeken Sofie Moors en Steff Nellis hoe homoseksuele leerkrachten omgaan met hun geaardheid voor de klas. Pleiten ze voor open communicatie of blijven ze in het figuurlijke kluisje zitten?

Moors en Nellis werken tijdens hun opleiding in de School of Education aan de Universiteit van Antwerpen aan een project rond homoseksualiteit in het onderwijs. 

“We vragen ons af: is het anno 2020 vanzelfsprekend om als homoseksuele leerkracht uit de kast te komen? We verwachten dat leraren onze kinderen opleiden tot slimmere en betere mensen. We verwachten dat ze rolmodellen zijn: ‘Homines universalis’ – een krak in alles wat ze doen. Mag zo’n homo universalis dan ook zijn eigen seksualiteit beleven en erover praten in de klas als hij of zij dat wil? Of mag je als leerkracht enkel ‘universalis‘ zijn maar niet homo?”

Leerkracht

Waar meestal de homoseksuele leerling centraal staat, belichten de studenten de homoseksuele leerkracht. 

“Er bestaat veel materiaal dat leerlingen kan begeleiden die kampen met hun geaardheid. Maar informatie over hoe je als leerkracht kan omgaan met je eigen seksualiteit is erg beperkt. Wij vinden het daarom interessant om de rollen om te draaien. Vormt een homoseksuele geaardheid een barrière als je in het onderwijs stapt?”, aldus de onderzoekers.

Website

Er is ook een website ter ondersteuning van het onderzoekers: Homo Universalis.

Op dit webadres verwijzen Moors en Nellis ook naar extra bronnenmateriaal, interessante sites en wordt  later dit jaar – lesmateriaal ter beschikking gesteld.

Mannen

De focus van de documentaire ligt op homoseksuele mannen. “Dat is een bewust gekozen inperking in ons onderzoeksproject.” stelt Nellis: “We wilden ons voor deze reeks interviews kunnen richten op een specifieke doelgroep. Toch is deze documentaire geen exacte of statistische wetenschap. We kunnen geen significante onderzoeksresultaten voorleggen maar proberen wel een schets te maken van een tendens die verder onderzocht kan worden.” 

Moors en Nellis pleiten dan ook voor verder onderzoek naar onder andere niet-heteroseksuele vrouwen, trans* personen of andere aspecten van de LGBTQ+ – gemeenschap in de verschillende onderwijstypes en -koepels.

Antwerpen en Hasselt

Voor de minidocumentaire trokken de studenten naar scholen in de grootstad Antwerpen en het kleinstedelijke Hasselt. De zeven geïnterviewde mannen staan in verschillende instellingen van kleuter- tot hoger onderwijs. 

Hoewel de onderzoeksresultaten niet sluitend of representatief zijn, durven ze toch enkele opvallendheden in kaart brengen.

“Allereerst valt het op dat nergens sprake is van een eenduidig beleid rond homoseksualiteit. Wel heerst er vaak een verhoogde gevoeligheid voor het thema”, vertelt Moors: 

“We stelden onszelf ook de vraag of de moeilijkheidsgraad van een coming out locatiegebonden is. De door ons bevraagde leerkrachten denken dat het schoolklimaat een grotere invloed heeft dan de locatie. Dat blijkt onder andere uit collega’s die voor een hoog dan wel laag veiligheidsgevoel zorgen. Als ‘lotgenoten’ en ‘bondgenoten’ beïnvloeden collega’s het welbevinden van homoseksuele leerkrachten positief. Ze kunnen echter evenzeer zorgen voor ergernissen of frustraties en zelfs kwetsen door te lachen met homoseksualiteit.”

“Wat buiten kijf staat is dat het aantal jaar ervaring significant is voor de coming-out”, zegt Nellis.

Beginnend

“Beginnende leerkrachten lijken minder snel openlijk over hun geaardheid te praten dan ervaringsdeskundigen die reeds enkele jaren vertrouwd zijn met de praktijk van het lesgeven en de school als werkplek.”

“Een andere parameter die van belang lijkt, is de leeftijd van leerlingen. Zowel kleuters en jonge kinderen als jongvolwassenen blijken een meer toegankelijk doelpubliek dan tieners tussen de leeftijd van tien tot zestien. Het valt ook op dat er onenigheid is over de aanpak met betrekking tot het bespreken van homoseksualiteit: sommige leerkrachten zweren bij expliciete klasgesprekken, open communicatie en themadagen terwijl andere liever meer impliciet te werk gaan door homoseksualiteit terloops in de lesinhoud te stoppen.”

Een van de meest opvallende bevindingen van de bevraging heeft betrekking tot het rolmodel dat je als homoseksuele leerkracht kan zijn voor een leerling die kampt met zijn geaardheid. Die mogelijkheid wordt niet ontkend maar de leerkrachten plaatsen er wel serieuze vraagtekens bij. 

Daan Joos spreekt van een dubbel gevoel: “Tuurlijk wil ik een voorbeeldfunctie opnemen, maar is dat ook mijn plicht, louter omwille van mijn geaardheid?” 

Joos Van Goethem sluit daarbij aan en stelt dat je als homoseksuele leerkracht eerder de groep rond de homoseksuele leerling kan beïnvloeden: “Door een rolmodel te zijn voor de heteronormatieve schoolomgeving, normaliseer je LGBTQ+-thema’s zonder ze expliciet te problematiseren.”

Beeld: PublicDomainPictures, Pixabay
Bron: Homo Universalis

%d bloggers liken dit: