Bart Somers wil holebifoob en transfoob geweld via steden en gemeenten bestrijden

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen – hijzelf gebruikt Samenleven – Bart Somers (Open Vld) gaat met steden gemeenten overleggen om te zien hoe ze geweldincidenten tegen holebi’s en transgenders kunnen aanpakken.

“We kunnen dat proberen te bestrijden vanuit de Wetstraat – we moeten dat ook doen –, maar het verschil wordt natuurlijk gemaakt in onze steden en dorpen, waarbij we door middel van een goed uitgebouwd lokaal beleid dat heel de veiligheidsketen in acht neemt, kunnen werken aan een cultuuromslag, maar ook aan het effectief sanctioneren van al diegenen die de wetgeving ter zake met de voeten treden en de menselijke waardigheid aantasten.”

Somers beantwoordde een parlementaire vraag van Paul Van Miert (N-VA) en Celia Groothedde (Groen).

Statistieken

In 2017 waren er 26 meldingen van holebifoob en transfoob verbaal en fysiek geweld, in 2018 al 42. Uit de diversiteitsbarometer onderwijs van 2018 bleek dan weer dat 31% van de Vlamingen  twee mannen die kussen in het openbaar als aanstootgevend ervaart en 49% van de Belgen homoseks onnatuurlijk vindt. 

Bovendien is er een hoog dark number omdat velen geen aangifte doen. De komende maanden gaat Somers een nieuw onderzoek laten uitvoeren om die evolutie scherper en duidelijker in beeld te brengen.

Lokaal

De minister wil de problematiek vooral op lokaal vlak laten aanpakken. “De lokale overheden worden op verschillende manieren ondersteund”, zei Somers tijdens de hoorzitting in het Vlaams Parlement.

“Eerst en vooral is er de digitale nieuwsbrief lokaal gelijkekansenbeleid, die sinds januari 2019 bestaat en door mijn voorganger opgestart werd. Daarmee wordt een derde van de Vlaamse steden en gemeenten bereikt. Dat aantal groeit nog steeds gestaag.”

Netwerk

Er werd ook een lerend netwerk opgestart voor lokale gelijkekansenambtenaren van centrumsteden gezien de specifieke grootstedelijke context. De eerstvolgende bijeenkomst, begin februari, gaat specifiek over het kruispunt seksuele identiteit en etniciteit.

Middenveld

De minister ziet ook een belangrijke taak weggelegd voor het LGBT-middenveld dat vrijgesteld werd van de aangekondigde besparingen. 

“Dat was een heel bewuste keuze. Er was afgesproken om een generieke besparing van 6 procent te doen, maar wij hebben via herschikkingen geprobeerd hetLGBTI+-middenveld buiten beschouwing te laten. Zij zijn belangenbehartiger en woordvoerder, zij kunnen lobbyen, zij zijn voor mij een belangrijke partner. Ik denk dat we voort moeten werken aan platformen zoals www.schooluitdekast.be, waarbij er educatief materiaal aangereikt wordt aan scholen en aan leerkrachten die in hun loopbaan ongetwijfeld heel regelmatig met deze problematiek in contact komen. Ik denk dat er ook een rol bestaat voor de overheid om het bredere publiek te sensibiliseren en te informeren.”

Vertrouwde omgeving

Om het aantal aangiftes van homofoob geweld te laten toenemen denkt de minister er ook aan om de politie naar de woning van de slachtoffers te sturen. Die kunnen dan in een veilige en vertrouwde omgeving hun klacht neerleggen in plaats van in een verhoorkamer op het politiebureau. 

“Ook daar kunnen lokale praktijken het verschil maken. Ik kan uit eigen ervaring spreken: in mijn stad – Mechelen – hebben we op een zeker moment beslist dat, wanneer iemand het slachtoffer was van homofobie of van seksuele intimidatie, de politie dan bij de mensen thuis kwam om daar de klacht aan huis op te nemen. In die specifieke, soms ook wel confronterende context, kan dat een keuze zijn die men lokaal maakt: het politiekorps zo organiseren dat mensen met zulke klachten niet meer naar het commissariaat moeten komen, maar bij hen thuis, in hun veilige omgeving, hun verhaal kunnen doen, net vanwege de grote emotionele impact die dat kan hebben.”

Niet alleen de slachtoffers van homofoob geweld moeten beter opgevangen worden ook naar de potentiële daders toe moet er meer gesensibiliseerd worden. 

“Ik spreek over de ‘potentiële daders’. Sensibiliseren, duidelijk maken, ook aan jonge mensen, wat de impact kan zijn wanneer men zich bezondigt aan homofoob gedrag en mensen daarmee vernedert en in de hoek dringt, welke grote schade dat psychologisch maar ook maatschappelijk kan veroorzaken. Ik denk dat we daar ook bondgenoten moeten zoeken in de samenleving. Het uitwerken van een lokale aanpak ondersteunen, die daadwerkelijk het verschil kan maken, is belangrijk.”

Geen mirakels

Somers is er niet van overtuigd dat er wonderoplossingen zijn. 

“Ik denk dat de overheid het probleem niet alleen kan oplossen. Ik denk dat de samenleving daarvoor moet rechtstaan en met heel duidelijke taal moet stellen dat ze dit niet aanvaardt, omdat dit over een van de kernwaarden in onze Westerse samenleving gaat, namelijk de vrijheid, de vrijheid van elk individu om zichzelf te kunnen zijn in zijn seksuele geaardheid, in zijn seksuele identiteit. Volgens mij is dat de juiste aanpak. Daarvoor willen we de volgende maanden extra bouwstenen aanbrengen door wetenschappelijk nog beter te ondersteunen, door lokale besturen verder te versterken, hun beleid dat ze lokaal kunnen voeren mee te onderbouwen en door er tegelijkertijd ook voor te zorgen dat we in het onderwijs aanmoedigen dat er maatregelen genomen worden en dat we vanuit Gelijke Kansen verder inzetten op het empoweren van het middenveld.”

Beeld: Bart Somers, Twitter
Bron: GayLive

%d bloggers liken dit: