Unia: “Alle vormen van hatespeech voor correctionele rechter brengen is zeer wijs”

Wetsvoorstellen om iedere vorm van strafbare haatspraak gelijk te behandelen voor de correctionele rechtbank zijn toe te juichen. Dat zegt Els Keytsman, directeur van Unia

“Vanuit onze ervaring en expertise kunnen wij bevestigen dat we hatespeech veel meer voor de correctionele rechtbank zouden kunnen brengen als de wet zou worden aangepast. Dat zou ons enorm helpen om de maatschappelijke verhoudingen veel harmonieuzer en serener te maken”, zegt Keytsman.

Groen-volksvertegenwoordiger Jessika Soors kaartte haatspraak donderdag aan

Grondwet

Volgens artikel 150 van de Grondwet moeten ‘drukpersmisdrijven’, ingegeven door bijvoorbeeld homofobie of door de wil om burgers met een bepaalde levensbeschouwing of personen met een handicap te discrimineren, voor een hof van assisen worden gebracht. 

Voor geschreven haatboodschappen op basis van racisme of vreemdelingenhaat maakt artikel 150 een uitzondering: die worden door de correctionele rechtbank behandeld. Als het gaat om haatboodschappen van een andere aard, is er géén vervolging en dat leidt dus tot heel wat onduidelijkheid en straffeloosheid. 

“Wij steunen alle goede wetsvoorstellen om dit probleem aan te pakken”, verklaart Keytsman. 

“We praten hier alleen over strafbare uitspraken zoals boodschappen die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld in het openbaar. Het principe van de vrije meningsuiting blijft uiteraard overeind – en dat is ook een belangrijke vrijheid die Unia verdedigt.” 

Melders begrijpen de verschillen niet 

Unia krijgt ieder jaar heel wat meldingen over strafbare haatspraak binnen. Voor de melders is het heel moeilijk om te begrijpen waarom sommige feiten wel kunnen worden aangepakt en andere juist niet. 

“Als het gaat om geschreven haatboodschappen op basis van kenmerken uit de antiracismewet, is er de correctionele rechtbank. Gaat het echter om geschreven haatboodschappen op basis van kenmerken uit de antidiscriminatiewet, dan is er géén vervolging: dan moet het hof van assisen in principe optreden, maar dat gebeurt niet in de praktijk. Want deze procedure is erg duur, tijdrovend en omslachtig. Als we praten over filmpjes op YouTube of gesproken boodschappen, kan de correctionele rechtbank in alle gevallen optreden want dan is het geen drukpersmisdrijf.”

Meer dan eens krijgt Unia het verwijt dat de instelling “selectief optreedt”. 

“Dat is een totaal verkeerd beeld”, onderstreept Keytsman. “Wij moeten ons gewoon houden aan wat de wetgeving bepaalt en voorschrijft.” 

Voorbeelden uit de praktijk 

Unia stelde zich bijvoorbeeld burgerlijke partij tegen Fouad Belkacem (Sharia4Belgium), die in een filmpje op YouTube omstreden uitspraken had gedaan over wijlen Marie-Rose Morel

In een krant had de man bovendien over homo’s verklaard: “Er is geen plaats voor hen en een geleerde zal hen waarschijnlijk tot de dood veroordelen”. 

Maar voor die uitspraak kon Unia zich geen burgerlijke partij stellen. De publieke opinie begreep niet goed waarom Unia in het ene geval wel kon optreden en in het andere geval niet. 

In de behandeling van dossiers constateert Unia dat het bij geschriften heel belangrijk is welke woorden er worden gekozen. 

Wie haatboodschappen produceert en daarbij bijvoorbeeld verwijst naar ‘Marokkanen’ of ‘Turken’ (nationaliteit of herkomst), kan worden vervolgd door de correctionele rechtbank. 

Wie het heeft over ‘moslims’ (geloof), ontsnapt doorgaans aan vervolging omdat dit voor assisen zou moeten komen. Verspreiders van haatboodschappen weten dat ook en maken daar handig gebruik van. 

Het gebeurt ook dat uitspraken wel of niet kunnen worden bestraft al naargelang het medium. 

“Uitspraken in een filmpje op YouTube kunnen strafbaar zijn, en precies dezelfde uitspraken in een geschreven tekst dan weer niet.”

Beeld: Unia
Bron: Unia 

%d bloggers liken dit: