Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft update rapport ‘Holebi’s op de vlucht’

Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft een update geschreven van het rapport ‘Holebi’s op de vlucht,  een analyse van de beslissingen door de asielinstanties‘ uit 2013. Dat werd geschreven door Vluchtelingenwerk Vlaanderen samen met çavaria en met het Belgisch Comité voor Hulp aan Vluchtelingen.

In 2019 kregen in België 569 mensen die seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit (SOGI) opgaven als reden waarom ze gevlucht zijn een antwoord van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS).

54%kreeg een weigering en 46% een beschermingsstatuut. De meesten kwamen uit Irak, Kameroen, Senegal, Marokko en Venezuela.

Internationale bescherming vragen omwille van SOGI is niet evident. Het is vaak taboe, vaak ook voor de betrokkene zelf. 

Het eigen referentiekader speelt een rol in hoe de asielzoeker erover denkt en vertelt. Mogelijk is de betrokkene niet vertrouwd met het jargon dat hier gebruikelijk is. Dit maakt het moeilijk om de angst voor vervolging onder woorden te brengen en overtuigend te maken voor de instanties die beslissen over de asielaanvraag.

2013

In mei 2013 was er een eerste aanpassing van de Vreemdelingenwet door de omzetting van de Europese kwalificatierichtlijn die een verhoogde aandacht had voor vervolging omwille van SOGI. 

Aan deze passage werd extra het volgende toegevoegd: de groep, afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst, als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft. 

Seksuele oriëntatie omvat geen handelingen die volgens het Belgische recht als strafbaar worden beschouwd. Er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een bepaalde sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd.”

Asielprocedure

In november en december 2017 wijzigde de Vreemdelingenwet ingrijpend door de omzetting van de Europese richtlijnen.

Dit had grote gevolgen voor het verloop van de asielprocedure in België. 

Daarover worden in het rapport enkele concepten toegelicht die belangrijk zijn voor een goed begrip van het rapport. De richtlijnen draaien vooral rond het feit dat iemand die asiel aanvraagt zijn identiteit moet kenbaar maken, verblijfplaats, reden van asiel aanvraag, met de vermelding dat wanneer de gevraagde elementen ontbreken dit een negatieve indicatie is voor de geloofwaardigheid van iemands verhaal, tenzij die persoon daar een goede verklaring voor heeft. Meer daarover in het rapport.

Sinds het rapport uit 2013 velde het Hof van Justitie van de Europese Unie een aantal arresten over de behandeling van verzoeken om internationale bescherming op basis van SOGI. 

Verschillende aspecten zijn ook voor België belangrijk en komen doorheen het rapport ter sprake, waarbij men in het begin vermeldt: Het HvJ en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) liggen nog niet op dezelfde lijn. 

Eerder bleek uit verschillende nieuws berichten gebracht door holebi info dat sommige landen wel erg ver gaan in het verkrijgen van informatie en dat er zelfs landen zijn die testen uitvoeren om te kijken of iemand wel degelijk homoseksueel is. 

In het rapport staat vermeld: “In België worden er geen expliciete vragen gesteld of testen gedaan. Bewijzen van seksuele handelingen worden in principe ook niet meegenomen in de beoordeling De andere twee grenzen die het HvJ stelde, over stereotiepe uitgangspunten en een laattijdige inroeping van de seksuele geaardheid.”

Uit het rapport van 2013 bleek wel dat de Belgische asielinstanties destijds te veel belang hechten aan het al dan niet hebben van een (geloofwaardige) relatie en kennis van het ‘holebimilieu’ in het herkomstland en in België, terwijl deze aspecten niet voor alle holebi’s relevant zijn. 

Verder zagen men dat de asielinstanties weinig waarde hechten aan attesten van organisaties of getuigenissen van partners, terwijl die toch een begin van bewijs vormen. Ook merkte men op dat de beoordeling van het gedrag in de private en publieke ruimte problematisch was. 

Langst de ene kant verwachtte men van de verzoeker dat deze zich discreet gedroeg in het herkomstland; anderzijds verwachtte men dat hij ontmoetingsplaatsen frequenteerde of ten minste kende. 

Verschillende beslissingen naast elkaar leidden tot tegenstrijdige conclusies over wat wel en niet geloofwaardig gedrag was in een context waarin homoseksualiteit taboe is. Het rapport gaat hier nog verder over door over verschillende bladzijden, waarbij het verder gaat over bewijzen dat je holebi of trans bent, wat men wel en niet aanvaard enz…

Aanbevelingen

De aanbevelingen gemaakt in het rapport zijn: 

  • De asielinstanties moeten waken over een toekomstgerichte beoordeling van het risico van vervolging en laten doorwegen wat er kan gebeuren als de verzoeker bij terugkeer de SOGI openlijk beleeft. Het mag daarbij nooit een rol spelen dat de verzoeker in het verleden zijn geaardheid discreet kon beleven.
  • De instanties moeten elke motivatie die steunt op persoonlijke omstandigheden, zoals (impliciete) steun van de familie of zelfstandigheid, vermijden wanneer vaststaat dat strafwetgeving toegepast wordt of wanneer er geen bescherming van de eigen overheid is. In dat geval moet een groepsvervolging aangenomen worden. 
  • De asielinstanties moeten ook bij louter seksuele handelingen een grondig onderzoek voeren naar de mogelijke gevolgen van terugkeer naar het herkomstland. 
  • Bij gebrek aan voldoende specifieke landeninformatie moet het voordeel van de twijfel worden toegekend.

Beeld: Timothy Junes
Bron: Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Holebi.Info

%d bloggers liken dit: